Het geluid van angst

Het is zondagochtend. Ik sta in mijn ondergoed voor de spiegel, mijn voeten doen een kwartdraai naar links, mijn hoofd doet hetzelfde naar rechts, en in profiel kijk ik naar mijn lijf, naar dat ene deel van mijn lijf, het deel dat altijd zijn plek inneemt in mijn hoofd, in mijn angsten, in al wat ik doe. Ik kijk naar mijn buik. De plek waar het allemaal gebeurd is, waar een litteken als van prikkeldraad vanaf mijn borst naar beneden loopt, een toertje maakt rond mijn navel en dan weer in rechte lijn verder gaat tot hij botst op het bot.

Mijn buik.

Hij is gezwollen. Hij is dik. Als een ballon puilt hij uit. Mijn hart slaat twee slagen over, klopt vervolgens alsof ik net tien kilometer heb gelopen, bonst in mijn keel, krimpt ineen, doet ook mijn maag samentrekken.

‘Een gezwollen buik kan het eerste teken zijn dat de kanker teruggekeerd is.’

Ik hoor het de professor opnieuw zeggen.

‘Soms is het ook gewoon lucht, zijn het niets anders dan gassen.’

Gassen. We zijn pas ochtend. ’s Avonds is mijn buik inderdaad soms dik. Gassen. Niet op dit uur.

Ik kijk opnieuw.

‘De eerste twee jaar zijn cruciaal’, spreekt de professor weer, in een andere tijd, zo lijkt het wel, die tegelijk voelt als gisteren.

De eerste twee jaar. Dat is nog 8 maanden. En zelfs dan. Zelfs daarna.

Mijn vingers tikken op de huid van mijn buik. Een hol geluid betekent lucht. Dan is alles oké. Een vol geluid duidt eerder op vocht. Dan is het niet oké. Ik tik, blijf tikken. Heb geen idee.

In mijn ondergoed loop ik de trap af, zoek mijn man, vertel hem hoe dik, hoe bang. Toon hem. Ik wijs. Kijk dan toch. Alsof ik zwanger ben.

Ik denk aan dat andere leven, het leven waarin mijn buik nog prachtig was en heel, waarin hij eierstokken bevatte, een baarmoeder, alles dat nieuw leven kon creëren, herbergen en koesteren. Alles dat er nu niet meer is. Welke organen hebben de lege plekken ingenomen? Zijn ze er blij om? Hebben ze gevochten voor de extra ruimte?

Ik denk aan hoe het was, leven met een buik die onverdacht was, een leven waarin ik ervan uitging dat ik nog alle tijd had. Hoe het was om zonder nadenken drie taartjes na elkaar in mijn mond te proppen, gewoon omdat die zo lekker waren.

31 januari. Vorig jaar had ik een afspraak in het UZ. Er was een full body scan gemaakt. Mijn tumormarker was gestegen en enkele weken lang leek het alsof al het goede nieuws toen al voorbij was.

Alles bleek na de scan oké. Ik mocht weer verder leven.

We zijn 16,5 maanden na de laatste chemo. Voor elke dag die erbij komt, voel ik dankbaarheid. Maar ook angst. Ik ben de gevarengrens nog lang niet voorbij. Ergens zal ik ze nooit meer voorbij zijn, zal het alleen wat vervagen, wordt de kans langzaam kleiner. Maar zoals toen, in die onverdachte tijden, zo wordt het nooit meer.

Op elk moment is er het besef, het overwegen: is dit gevaarlijk of is het dat niet?

Geen risico’s nemen, zegt het stemmetje in mijn hoofd.

Geen taartjes meer dus van onze lievelingsbakker, geen chocolademoes meer die mijn broer bij elk feestje maakt, geen knapperig wit stokbrood, geen pasta, room of kaas. Geen zovele-dingen-die-o-zo-lekker-zijn, geen uitspattingen. Je weet maar nooit. Ik zou het mezelf nooit vergeven.

De kanker. Hij is er altijd. Bij de laatste controle was hij er niet, maar in mijn hoofd wil hij van geen wijken weten.

Mijn buik. Wat ziet die er dik uit. Zou het dan toch? De laatste controle is alweer twee maanden geleden. Ik heb te hard gewerkt. Of nee. Ik heb niet te hard gewerkt. Ik ben gewoon super moe en daarom voelt het meteen alsof ik te hard werk. Elke dag. Mijn energie is zo beperkt, direct op. Is dit nog wel normaal? In slaap vallen om zeven uur ’s avonds? Altijd zo moe, zo snel een platte batterij. Is het daarom dat mijn buik?

Ruim zestien maanden. Geen mens die er nog over spreekt, die er nog naar vraagt. Zestien maanden is geschiedenis, het is passé, een afgesloten hoofdstuk van iets dat heel lang geleden is gebeurd. Get over it.

Maar bij elke minieme aanwijzing is er paniek. Zodra ik hoor dat iemand aan kanker is overleden, stopt mijn hart met kloppen. Dan voel ik me zelf even dood, hap ik als een vis op het droge naar lucht en vertel ik mezelf dat het over een ander gaat terwijl iets in me dat niet eens wil geloven.

Want het gaat ook over mij. Over hoe het kan aflopen. Binnenkort of binnen vijf jaar. Het gaat over het besef, dat er altijd is, in elke beweging, in elke keuze die ik maak, in elke gedachte en in elke droom die me drijft om te doen wat ik doe.

Ik denk aan enkele dagen geleden. De acupuncturist die zijn naalden prikte waar hij ze nooit eerder geprikt had. Pal in mijn buik. Zijn hand die dichterbij kwam, in de richting van het litteken, mijn benen die wilden vluchten omdat niets of niemand mijn buik nog mag aanraken, en mijn geest die zei dat ik deze neiging moest onderdrukken, dat ik gewoon rustig moest ademen, dat die drang om te vluchten alleen maar met trauma te maken had, niet met reëel gevaar.

Elke naald die hij in mijn buik prikte voelde als een speer, recht in het trauma, in de plek waar bijna twee jaar geleden enkele handen met een vergrootglas op zoek gingen naar alle uitlopers van het kwaad, waarin die handen elk orgaan betastten, draaiden, bekeken en er stukken van sneden.

Binnen minder dan een maand wordt mijn leven weer in de weegschaal gelegd. Leven of dood. Links of rechts. Ik ben een stofje in het universum dat door een onzichtbare kracht weggeblazen kan worden. Eén keer blazen en ik ben weg. No big deal. De wereld draait gewoon door.

Het is dinsdagochtend. In mijn ondergoed sta ik voor de spiegel, in profiel. Het lijkt alsof mijn buik iets minder dik is dan vorige zondag. Of zie ik dat verkeerd? Ik tik erop met mijn vingers, luister naar wat ik hoor.

En dan hoor ik iets. Ik hoor de angst. Ik hoor het geluid van de angst die er altijd is, die mijn leven voor altijd anders gemaakt heeft. Want al die dromen. Al wat ik nog wil doen. Het zit niet alleen in mijn buik. Het zit in mijn hele lijf. Dat lijf dat zich wil uitstrekken over de eeuwen heen, over de hele planeet, met open armen en gespreide vingers, en dat dan wil zeggen:

Hier ben ik. Dit zijn mijn dromen. Geef me nog veertig jaar. Liefst meer.

BLOG CATEGORIEËN

RECENTE BLOGS

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Toolbox voor een zenuwstelsel in balans

Voel je je voortdurend overweldigd? Heb je last van stress, misschien ook wel van angsten?

 

En ervaar je daardoor ook fysieke klachten?

 

In mijn 15 pagina's tellende e-book geef ik jou een complete toolbox met een waaier aan oefeningen die jou in minder dan 30 minuten elke dag opnieuw toestaan om je zenuwstelsel in balans te brengen en eindelijk weer rust te gaan ervaren in lichaam en geest.

Heel leuk dat je mijn e-book wilt ontvangen. Je krijgt het zo meteen in een mail. Check zeker ook je spam.

Pin It on Pinterest