Het keerpunt

Er duwde een rem op mijn voeten toen ik de afdeling binnenliep. Dagziekenhuis oncologie, was op het bord te lezen. Alle deuren van alle kamers stonden open. Overal lagen mensen in het halfduister op bed. Ze wachtten op hun chemo, net zoals ik dat voor het eerst zou moeten doen.

En voor de zoveelste keer kwam de zinloze vraag in me op hoe ik hier ooit terecht was kunnen komen, hoe het kon dat mijn leven geworden was wat het was geworden, hoe mijn hele bestaan met al zijn zijvertakkingen zich zo abrupt vernauwd had tot één weg, waarop alles nog maar draaide rond één ding, een bestaan waarin al mijn gedachten beheerst werden door kanker, dat lelijke woord voor een nog lelijker ziekte, en waarin ik elke nacht om het half uur wakker werd, badend in het zweet, en elke keer alleen maar kon denken aan kanker en aan doodgaan.

Soms leek alles nog steeds een kwade droom. Met een schok zou ik eruit ontwaken. Ik zou opgelucht ademhalen – oef, het is niet echt – en de draad oppikken van mijn vertrouwde leven.

Maar nee, hier was ik. Helemaal. Geen oef. De nachtmerrie was mijn echte leven. De chemo wachtte.

Ik had lang getwijfeld. Het idee dat zwaar gif als medicijn moest dienen had me wekenlang in tweestrijd gehouden. Hoe kan een lichaam helen als het extra zwaar aangevallen wordt? Ik was nog niet eens hersteld van mijn loodzware operatie, sleepte me vermoeid door de dagen, bleef kampen met darmproblemen en andere naweeën.

Ik had mijn twijfels geuit bij de oncologe, haar voorgelegd wat ik aan info verzameld had, mijn bezorgdheid uitgesproken dat chemo de stamcellen van de kanker niet doodt en dat die door een chemokuur resistent kunnen worden, waardoor er vaak geen kruid meer tegen gewassen is wanneer de kanker terugkeert.

‘Je hebt je goed ingelezen,’ zei ze. ‘En je hebt gelijk dat dit risico er is. Maar als je geen chemo krijgt, dan ga je sowieso dood.’

Ik had de knoop doorgehakt. Verzet tegen wat moest komen had geen zin. En dus nam ik me die ochtend voor alle weerstand te laten varen en mee te gaan in de flow.

Net als de andere mensen in de andere kamers ging ik liggen op bed.

We keerden terug naar huis. Ik zwalpte door de gang. Duizelig en moe. Ik probeerde niet te denken aan wat door mijn aderen stroomde, te focussen op wat de chemo moest doen en te geloven dat hij dat ook echt aan het doen was.

Het was twee nachten daarna dat de hel begon. Een intense pijn nam bezit van mijn hele lijf. Het was een pijn die ik nooit eerder gevoeld had. Hij was gemeen, intens en vooral onhoudbaar.

De minuten kropen voorbij, de pijn werd steeds sterker. Ik huilde en kreunde.

Het werd dag.

Ik kon niet meer op mijn benen staan. Er was alleen nog die pijn, die in al mijn botten was doorgedrongen en me gek maakte. Het was de ergste pijn die ik ooit had ervaren.

Toen zette ook de misselijkheid op. Ongenadig en totaal. Nooit eerder was ik zieker geweest. Ik viel af, elke dag meer. Ik kon niet stappen, niet eten, na een tijd ook niet meer praten. Alle kracht was uit me weggevloeid. De weegschaal bleef hangen op 48 kilo. Een gewicht dat ik het laatst in mijn kindertijd had gezien.

De hele dag lag ik te staren naar het plafond of sloot ik mijn ogen. Er prikten duizend naalden in mijn buik, mijn vingertoppen tintelden, mijn tenen konden het laken niet verdragen dat op hen lag, mijn buik en borst waren een landschap van rode puntjes die jeukten, mijn hoofd barstte open. Ik zweette, kreeg het koud, zweette opnieuw.

In de badkamer wendde ik mijn blik af van de spiegel. Er waren botten te zien die nooit zichtbaar waren geweest.

Ik kreeg extra medicatie. Het haalde niets uit. Het voelde alsof ik doodging nog voor ik de kans kreeg te genezen.

Ik bedacht dat dat niet slecht was, dat ik liever dood was dan me nog langer zo te moeten voelen.

En toen kwam het keerpunt. De eerste honger. Ik at de beste aardbeien en bessen die ik ooit had gegeten, werkte een heel bord groenten naar binnen en zette meer dan 20 stappen na elkaar. Ik zag dat de zon scheen, dat er kleurrijke bloemen bij gekomen waren in de tuin, dat de bijtjes er vrolijk rond zoemden.

En ik was blij dat ik leefde. Zo blij. Ik ademde de verse lucht met gulzige teugen naar binnen, sprong na een paar dagen al op mijn fiets en werd overspoeld door dankbaarheid. Ik kon eten, ik kon stappen en zelfs fietsen. Het was het grootste geluk.

Ik deed yoga, voelde hoe mijn lijf een nieuw evenwicht zocht, nam ijskoude douches en tintelde van ontwakende energie.

Voor het eerst in zes weken kon ik zelf een maaltijd bereiden. Ik hing in mijn eentje de was aan het wasrek, stapte vijf keer de trap op en neer op eenzelfde dag.

En ik besefte dat geluk zo eenvoudig is. Geluk is geen geheime formule. Het is geen schat die op de bodem van de zee ligt. Geluk is gewoon gezond zijn, vrij zijn van pijn. Het is opstaan en kunnen stappen. Geluk is vrijheid. Het is voelen dat je leeft, dat de energie van de kosmos ook in jouw lijf aanwezig is.

BLOG CATEGORIEËN

RECENTE BLOGS

Het monster

Het monster

Het was zondagochtend. De misselijkheid was ’s nachts opgekomen. Elk half uur was ik wakker...

Lees meer
Dragende handen

Dragende handen

Voor de derde keer die dag ging de bel. Een onbekende stopte me een gigantische ruiker bloemen in...

Lees meer
De krullen van de nieuwe ik

De krullen van de nieuwe ik

We hollen onszelf een leven lang voorbij en denken dat we zoveel moeten. We denken dat we nog zovele jaren tegoed hebben, dat genieten ook later nog kan. Maar op een dag kan het in een keer voorbij zijn. De dood ligt altijd op de loer.

Lees meer
De mantra

De mantra

Meer dan een maand ging voorbij. Ik voel me afgesneden van de wereld, van alle dromen en plannen...

Lees meer

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Pin It on Pinterest

© Flying Queen