Eveline Puur
Woorden die tasten, stromen en landen.
Wanneer de angst om te leven en de angst om te sterven samensmelten tot woorden.
Rennen – breken – dobberen – worden – zijn
De langste reis is die van hoofd naar hart.
Mijn laatste columns:
Een leven lang anders
De foto van het kind is bijna 50 jaar oud, maar de pijn in haar ogen leeft nog altijd in mijn hart. Het is de pijn van een kind dat autistisch was in tijden waarin geen mens het woord in de mond nam. Waarin weinigen het zelfs kenden. Asociaal was het label dat ik...
De baas van de wereld
Als kind had ik een vurige wens. Ik wilde de baas van de wereld zijn. Dan zou ik alle oorlogen meteen stoppen, de eeuwige vrede uitroepen en zorgen dat elk mens een dak boven zijn hoofd had en voldoende eten. We zijn decennia later. De wens dat elk levend wezen...
Wereldkankerdag
Vreemd hoe woorden een smaak kunnen hebben. Een kleur. Een geur. "Kanker", hoor ik iemand zeggen. En op slag vult een explosie aan emoties, herinneringen en associaties mijn hele hoofd, proef ik iets scherps en bitters en staar ik naar oogverblindend licht en zwart. 6...
Mijn langste reis, gevangen in woorden.
Ik maakte reizen die me van Europa naar Amerika brachten, naar Afrika, naar Azië.
En ik maakte die ene reis waar geen ander mens iets van merkte. Of toch niet meteen.
Ze overbrugde geen duizenden kilometers, kostte geen brandstof en geen gesjouw met koffers.
De langste reis was iets meer dan 30 centimeter lang. Ze ging van hoofd naar hart. Ze doorliep een parcours vol obstakels waarbij ik startte met rennen, dan keihard tegen een muur liep, meteen in stukken uiteenbrak, wezenloos dobberde, de mens werd die ik moest worden en overging in puur zijn.
Ze liep langs verlies, langs verdriet en angst, langs verwondering en liefde, bracht me door ziekte op de rand van de dood.
Rennen – breken – dobberen – worden – zijn.
De langste reis. Maar ook de mooiste.
En steeds bleef ik maar schrijven.
Waarover ik schrijf
over de schoonheid die zich verstopt in gewone dagen
over vragen waar geen antwoord op is
over de breekbaarheid van het mens zijn
over een ziekte die me stripte van al wat ik dacht te zijn
over wat me raakt, me triest of blij maakt
over mensen die er zijn en er dan ineens niet meer zijn
over de vraag aller vragen:
Mag ik er wel zijn?



