Als kind had ik een vurige wens. Ik wilde de baas van de wereld zijn. Dan zou ik alle oorlogen meteen stoppen, de eeuwige vrede uitroepen en zorgen dat elk mens een dak boven zijn hoofd had en voldoende eten.

We zijn decennia later. De wens dat elk levend wezen gelukkig, gezond en veilig mag zijn en niet moet lijden, die is er nog altijd. Alleen heb ik moeten leren dat dromen als deze nooit meer dan dromen zullen worden. Ik heb moeten inzien dat gevoelige zielen als ik nooit baas zullen worden van om het even wat, laat staan van de wereld. Stop me één dag in de politiek en ik ren huilend naar huis.

Ik heb moeten vaststellen dat ook andere mensen baas van de wereld willen zijn en dat die nog het meest weg hebben van de grootste pestkoppen uit mijn jeugd, dat hun intenties niets te maken hebben met liefde en compassie voor elk levend wezen, maar alles met haat en eigenbelang.

Het blijft een zoektocht, het leven in deze soms wrede wereld. Ik heb niet alleen een hart van tere rozenblaadjes. Ik heb ook een hoofd dat net iets anders werkt. Autisme heet dit nu. Daardoor kan juist alleen juist zijn, is recht nooit krom, is geluid synoniem van lawaai en dringen de emoties van anderen vaak ongefilterd door tot mijn hart. Onrecht is in mijn hoofd onbegrijpbaar.

En dus blijf ik zoeken naar een manier om te kunnen omgaan met de haat, met het geweld, met de hebzucht en met de gevoelloosheid van zovele mensen. Dus blijf ik me de vraag stellen hoe je overeind blijft in een wereld waar je soms het liefst van weg zou lopen. Hoe aanvaard je dat dit nu eenmaal de plek is waar je leeft als je al je hele leven het gevoel hebt op de verkeerde planeet te zijn beland? Dat jouw planeet er een is van zachtheid?

En toch heb ik al mooie stappen gezet. Ondanks het verdriet dat ik telkens weer blijf voelen bij het leed dat mensen elkaar aandoen. Ik voel niet langer die diepe wanhoop die me ooit wakker hield. Ik pieker niet meer eindeloos over oorlog en geweld. Want sinds enkele jaren heb ik gevonden wat ik daarvoor nooit had gevonden. Ik vond een levensfilosofie. Die van het boeddhisme.

Steeds meer verdiepte ik me in woorden die gingen over compassie en liefdevolle vriendelijkheid, over stoppen met oordelen en over aanvaarden dat sommige dingen nu eenmaal zijn wat ze zijn. Ik verslond de boeken van Tara Brach, van Jack Kornfield, van Gelong Thubten, van Joseph Goldstein en van nog zovele anderen. Ze doen me vallen en opstaan, falen en slagen, ze doen wat wit is voor zwart en wat zwart is voor wit. Ze doen een verhaal van compleet-zijn. Maar bovenal geven ze hoop. Ze vertellen het verhaal van de mens en van wat hij nog heeft te leren.

Ik weet dat ik niet de enige ben die droomt van een betere wereld. Dat velen bang zijn voor wat nog komt. En omdat ik mijn hoop ook met anderen wil delen, maakte ik een podcastaflevering waarin ik 3 boeddhistische inzichten geef die helpen om rust en hoop te houden in een wereld in oorlog. Ik zet de link ernaar in de eerste commentaar. Misschien zal ik er zaadjes mee verspreiden, kiemen voor meer hoop, meer liefde en meer compassie. Voor een wereld waarin elk mens in alle veiligheid gelukkig mag zijn. Iets dat zelfs de baas van de wereld nooit zou kunnen bekomen.

(januari 2026)

Pin It on Pinterest