Ooit dacht ik dat niets complexer kon zijn dan wiskunde. Vectorruimtes, axioma’s en cosinussen vormden een constellatie die niet matchte met mijn hersenstructuur. Of misschien was dat de uitleg die ik het liefst wilde geloven. Want ik hield niet van systemen die alleen gebaseerd waren op logica. Ik viel voor de grilligheid van taal, waar woorden gekneed konden worden en emoties in zich droegen.
De jaren kwamen en gingen. Vele illusies uit mijn jeugd werden met wiskundige efficiëntie gedecimeerd. Het deed me inzien dat grilligheid en complexiteit ook samen kunnen gaan. Vooral dan in de homo sapiens, die ongrijpbare soort die aan geen vaste formules gehoorzaamt. Een wezen dat emoties, instincten en verstand combineert en daardoor soms vreemde sprongen maakt of onverwachte keuzes, onbegrijpelijk voor de ander en soms ook voor zichzelf. Want vaak zijn mensen zo onvoorstelbaar onvoorspelbaar dat ik er in de war van geraak. Of erg ontgoocheld achterblijf.
Nu en dan vinden we een echte zielsverwant, een vriend voor altijd. Of dat denken we op zijn minst. Mensen die op dezelfde manier naar het leven kijken, hetzelfde lijken te voelen, dezelfde waarden nastreven. Dat we in een harde wereld leven, zeggen ze dan in alle zachtheid. Dat egoïsme en onverschilligheid regeren in onze maatschappij. Dat ze er met zoveel afkeer naar kijken, naar dat systeem, naar die grijze zelfgenoegzame massa, en dat ze er geen deel van willen uitmaken. En daarmee lijken ze die ene zeldzame parel te zijn, geplukt op de bodem van de oceaan. Een door en door goed mens dat het hart op de juiste plaats draagt. We voelen ons gezegend, gaan een bondgenootschap met hen aan, geven hen ons vertrouwen, onze steun.
Soms blijven ze inderdaad, worden ze vrienden voor altijd, zijn ze de parel die ze beloofden te zijn. Maar even vaak maken ze totaal onverwacht een bocht. Een die wiskundig 180 graden bedraagt. En zijn ze ineens verdwenen. Verzwolgen door het zo door hen verfoeide systeem. Een vermalen parel.
Misschien zijn we wel allemaal parels. Maar veranderen we soms van vorm. Want ergens zijn we gewoon allemaal stukjes van dit grote geheel, deeltjes die om elkaar heen cirkelen, tegen elkaar aan botsen, zich aan elkaar binden en soms weer alleen verder gaan. Een chaotisch geheel die geen natuurwet in bedwang kan houden.
De een doet harder zijn best, hij wil een voorbeeld zijn, een deeltje dat het geheel wat mooier kan maken. De ander geeft hem net daarom op zijn kop. Bepaalde deeltjes lijken gevoelloos en ongenaakbaar, ze botsen met geweld tegen de anderen aan. Anderen die vaak net kwetsbaar zijn en na vele klappen verdwaasd of tegen hun zin verder mee draaien in het geheel.
Soms botsen we op een uniek exemplaar. Een deeltje dat op ons lijkt. Dan gaan we er even tegenaan hangen, in de hoop dat hij is wie we denken dat hij is.
En moeten we vertrouwen.
Opnieuw.
Ze bestaan, de parels. Ze bestaan echt. Ze zijn alleen wat zeldzaam. (april 2019)
