Er was fruit tekort en eieren en zoveel meer. De voorraad was opnieuw sneller geslonken dan verwacht en dus moest er gewinkeld worden. Ik had het niet meer begrepen op supermarkten waar elk product minstens door één andere persoon aangeraakt was, waar onbekenden hun ingeademde lucht zomaar weer uit hun longen bliezen, maar er zat niets anders op, en dus ging ik op pad.
De wereld leek leger dan hij ooit was geweest, de straten desolaat. Nu en dan kruiste ik een andere fietser of wandelaar. Sommigen keken boos; anderen leken zo in zichzelf gekeerd dat ze me niet eens zagen.
De sfeer in de supermarkt voelde geladen, de helft van wat ik nodig had was niet in voorraad, maar vooral wilde ik er zo snel mogelijk weer weg. Ik zag virussen zweven door de lucht, ik hoorde ze, rook ze. Ze waren overal.
Naast de kassa stond een rek vol paashazen en eieren in chocolade. ‘Vrolijk Pasen’, wenste de banner me toe. Zelden had vrolijk zo triest geklonken.
Een beetje ontheemd fietste ik naar huis. Ik kruiste een jong meisje. Ze droeg een zwarte trui met opschrift. ‘This year I want it all’. Ik vroeg me af of ze deze trui zonder nadenken aangetrokken had, of ze het grappig bedoeld had, en ik bedacht dat 2020 ook het jaar zou worden waarin sommige woorden een nieuwe betekenis zouden krijgen en zinnen een ander gewicht, waarin interpretatie belangrijker zou blijken dan we altijd hadden gedacht.
Thuis zocht ik een boek dat ik absoluut wilde lezen. Mijn oog viel op een paar reisgidsen. Ik had ze enkele weken geleden gekocht. In een ander tijdperk. Ik had ze tegen mijn borst gedrukt van blijdschap. Na een week surfen en zoeken had ik vlucht, verblijf en auto geboekt, een route uitgestippeld langs de mooiste natuurparken van het land. Kroatië met Pasen.
Ik draaide de reisgidsen om.
Als niemand in mijn omgeving doodziek werd, zou Pasen al vrolijk genoeg zijn.
2020 wordt het jaar van de bijgestelde ambities. Van waardevolle waarden. Van vriendschap, knuffels en warmte. This year I want it all.
(maart 2020)
