Drie maanden zijn weer voorbij. Nog exact een week. Dan is het weer zover. Dan zit ik opnieuw op die stoel en kijk ik in de ogen van de professor. Ze zal me vragen hoe ik me voel en die vraag zal aanvoelen als een valstrik. Want meteen daarna zal ze haar scherm bestuderen, daar waar cijfertjes staan, geheimen die mijn bloed heeft prijsgegeven. Ze zal naar me kijken met haar lieve ogen en haar vonnis uitspreken. Het zal klinken als leven of dood.

Elke keer weer sterf ik weken voordien al van de angst, voelt het alsof ik de dans bij de vorige controle nipt ben ontsprongen en alsof mijn credits nu wel opgebruikt zullen zijn.

Deze keer loopt het fout, zegt een stemmetje in mijn hoofd. Deze keer was de dosis stress te hoog, heb ik de teugels van mijn dieet een paar keer te veel gevierd en heb ik niet genoeg aandacht gehad voor negatieve gedachten. Het heeft me de das omgedaan. De hamer zal neerkomen, het vonnis uitgesproken en alles is voorbij.

Exact een week. 7 dagen wachten. 7 dagen angst die groeit als verraderlijke ondergrondse uitlopers, die alles infecteert, elke gedachte, elke handeling, elk moment. Angst die niet verder durft te kijken dan die 7 dagen en alle verdere plannen on hold zet. Want wat als.

Daarnet fietste ik de longen uit mijn lijf. De lucht stuiterde op en neer, botste tegen me aan en daagde me uit. Ik trapte nog harder. Daar was de zon. Ik wilde haar grijpen, me aan haar vastklampen en haar eeuwigheid omarmen.

168 uren. Als ballonnen prik ik ze door. Ik mag niet vergeten te leven, ik mag ze niet willen overslaan want ook deze uren zijn leven. En zijn dus een cadeau.

7 dagen.

Morgen zijn het er 6. (februari 2024)

Pin It on Pinterest