Hij zei dat het ghosting heette. Het was een trend. Mensen waar je een band mee hebt opgebouwd, laten ineens niets meer van zich horen, negeren je compleet. Meestal sprak men over ghosting in de context van het daten, maar het kon ook gewoon gebeuren met vrienden.
Zelf had hij het ook net iets te vaak meegemaakt. Hij vond het een wreed fenomeen. Ik kon dat alleen maar beamen.
We hadden al een hoop chatberichten uitgewisseld die ochtend. Hoe het gesprek op dit punt beland was, wisten we allebei niet meer. Maar we wisten ondertussen wel dat we met eenzelfde pijn moesten omgaan, met vragen die nooit een antwoord zouden krijgen en leegtes die altijd leeg zouden zijn.
We vertelden over al die keren dat het ons was overkomen. Hoe we ineens werden genegeerd door mensen waar we energie en tijd in hadden gestopt en tonnen vriendschap. Mensen waar we in hadden geloofd. Plots waren ze verdwenen. Verworden tot ongrijpbare geesten.
Hij vroeg zich af hoe ze het over hun hart kregen. Of hen dat dan niets deed, iemand laten weten ‘je bestaat niet meer voor mij’. Want dat is wat negeren een mens toch zonder woorden vertelt. Ik zei dat het soms aan mijn zelfvertrouwen had geknaagd, dat ik me vaak had afgevraagd of ik dan maar beter niemand meer hielp. Zo kon ik niet opnieuw dat deksel op die al zo geschonden neus krijgen. En of ik mijn hart niet beter wat zorgvuldiger afsloot. Ik liet mensen er te snel binnen. Maar dat het nu eenmaal in ons zat, die drang, zo zeiden we allebei. En dat we dus nog lang niet aan onze laatste ontgoocheling toe waren.
We sloten het gesprek af en ik dacht aan S., de laatste ghost in mijn leven. Een vrouw die zelf contact met me had gezocht. Dat een tekst van me op Facebook iets met haar had gedaan, zei ze in een eerste bericht van wat een lange reeks zou worden. Ze schreeuwde haar wanhoop uit, vertelde haar hele verhaal, zei dat ze geen idee had hoe ze ooit nog haar levensvreugde terug kon vinden.
Haar woorden raakten me, ik antwoordde uitgebreid en sprak haar moed in, gaf haar tips. enkele weken en vele berichten lang. Ik vond haar lief, empathisch, dacht dat het bij een ontmoeting tussen ons wel zou klikken.
Het ging beter, liet ze me weten op een dag. Ze zou terug aan het werk gaan en was me dankbaar. Ik voelde wat trots en vooral veel voldoening.
Tot ik op een dag vroeg hoe het met haar ging. Alles bleef stil. Mijn bericht was gelezen, de dansende bolletjes die ik anders meteen zag verschijnen, bleven weg. Ik wachtte. Een paar weken lang. Het knaagde, duwde als een steen op mijn borst. Ik deed een nieuwe poging, vertelde haar dat het raar en ongemakkelijk voelde om geen antwoord meer te krijgen. Weer las ze mijn bericht, maar opnieuw bleef het stil.
Ik begreep er niets van en verwonderde me erover hoe diep het me raakte. Na alle ontboezemingen die ze me had gedaan, was S. blijkbaar al in mijn hart gaan zitten. Daar waar een mens het meest kwetsbaar is.
Ghosting dus. Een woord dat klinkt als een spel in een virtuele wereld. Wie niet meer in het spel past, die wordt geëlimineerd. Zoiets was het, die trend. Maar dan in een echte wereld met echte mensen en echt verdriet.
(april 2019)
