Ze had een tijd in Amerika gewoond. We hadden elkaar vanop een afstand gevolgd, elkaar gebeld, gemaild, gechat. Heimwee had haar terug gedreven naar haar plek van herkomst en eindelijk hadden we een afspraak geregeld.
We ontmoetten elkaar in een koffiehuis. Rinkelende kopjes, zoemende stemmen en een tafeltje daar tussenin voor ons twee.
Alles aan haar voelde meteen vertrouwd. Haar gelaat, haar stem, haar blik. Ze was exact dezelfde, de vrouw die ik kende sinds mijn zestiende. En toch was ze helemaal niet dezelfde. De jaren hadden haar gebeeldhouwd, daarna gepolijst. Enkele stukjes van de persoon die ik gekend had waren afgebroken. Maar de verworven wijsheid had al deze leemtes met schoonheid gevuld.
We vertelden en lachten en mijmerden en voelden bij elk woord dat ons verder dreef in de richting van het heden hoezeer het leven ons dooreen had geschud, hoeveel stormen huis hadden gehouden in ons hart.
Nooit meer zouden we dezelfde zijn. Vele illusies waren vervlogen, grootse dromen waren bijgesteld of vervangen door meer haalbare doelen.
Ik vertelde haar over andere verwaterde vriendschappen die ik nieuw leven had ingeblazen. En elke keer was de vertrouwdheid er meteen geweest. Ik had verhalen gehoord van levens die tot stilstand waren gekomen door ziekte, door scheiding en door faillissement. Sommigen waren terug op de rails geraakt, anderen trappelden nog even ter plaatse, verlamd door het harde lot. Ik had geluisterd naar de vriendin die helemaal opnieuw moest beginnen en geen richting kon geven aan haar bestaan. Ze droeg een rugzak vol verdriet op de schouders, was broos en breekbaar en tegelijk zo sterk. Ik had die ene vriendin aangehoord die zweerde nooit nog een man toe te laten in haar hart en die andere vriendin die zich verloren had in een nieuwe liefde. Geen van de vrouwen die ik ontmoette had de jaren ongehavend doorstaan. Maar ze waren zonder uitzondering wijzer geworden. En daardoor zoveel mooier.
We verlieten het koffiehuis en liepen in de richting van onze auto. En toen pakte ze me stevig vast. Net zoals een andere vriendin dat gedaan had de week daarvoor. De knuffel nestelde zich in mijn cellen, mijn hart gloeide en danste.
‘Het komt er altijd op aan keuzes te maken’, zei ze. ‘Daar gaat het leven om.’
We pakten elkaar voor de tweede keer vast, voelden de verbondenheid in ons streven naar schoonheid in dit bestaan.
‘Tot gauw’, zei ik.
‘Tot gauw’, zei ze.
We liepen elk een andere richting uit, keken nog even om.
Ja, ze was dezelfde. En tegelijk helemaal niet.
(januari 2018)
