Op dagen waarop hoop oneindig ver weg lijkt omdat iedereen die ineens tegelijk opgegeven lijkt te hebben, waarop mensen ongeremd hun ontgoocheling, verdriet, ergernissen en kwaadheid in het rond spuien en de initiële sfeer van solidariteit en vertrouwen in een nieuwe wereld omgeslagen is in tijdlijnen die stenen werpen naar al wie anders denkt en zich bedreigd voelt, in tijden waarin alles de schuld is van de ander, maar niemand nog weet van wie, waarin biologen opperen dat het volgende virus in de startblokken klaar staat om op zijn beurt een rondje aardbol af te lopen en het regenwoud feller brandt dan ooit, waarin sprinkhanen een heel continent kaal vreten, complete bevolkingsgroepen vergeten worden, onze Vlaamse klei naar regen snakt terwijl alleen de zon ons nog rechthoudt, waarin de Aarde verder opwarmt, presidenten verschijnselen van hersenverlamming vertonen en onzichtbaren sterven, waarin de ene bangerik de ander een schop onder de kont verkoopt en niemand nog enig idee heeft wanneer wat waar tot een eind zal komen, wie wat juist doet en wie wat fout, wie verantwoordelijk is voor wat en waarin de zo noodzakelijke hoop gezocht en gevonden moet worden, waarin vluchten niet meer kan en de tijd maar één richting kent waardoor terugkeren geen optie is, zit er niets anders op. We moeten voorwaarts marcheren, blijven gaan, dwars door dit leven en deze wereld zoals die zijn. Het hoofd rechtop, onze handen graaiend naar wat we dreigen te verliezen maar wat nog te redden valt: de liefde voor onszelf en voor de ander, vertrouwen en heel veel hoop.
(april 2020)
