Ooit was ik een koningin. Mijn broer was nu eens de gemaal aan mijn zij, dan eens de piraat die mij genadeloos kwam overvallen. Samen regeerden we over het meest uitgestrekte land ter wereld en zodra we met onze vingers knipten, kwamen horden lakeien ons bedienen. De hele dag schreden we plechtig door ons paleis met meer dan honderd kantelen waar diamanten op schitterden. We droegen gewaden in brokaat en gouden kronen.
Soms werd machtig zijn ons te saai. Dan legden we onze functie neer. Met schepnetjes gingen we op zoek naar vlinders in de tuin, die we vingen en bewonderden. We observeerden stoeten mieren die voorbijkwamen op het terras, slaakten oh’s en ah’s en gingen vervolgens kikkers vangen, die we in een emmer water stopten, om de volgende dag verwonderd en verdrietig te staren naar de verdronken beestjes. Konden die dan niet zwemmen misschien?
Soms zou ik graag weer dat kind zijn. Wel eentje dat nooit naar school moet. Want daar was de wereld een gevaarlijke plek. Daar was ik geen koningin. Ik was er een bang ineengedoken konijntje dat elke dag belaagd werd.
Maar samen met mijn broer, in ons huis en in onze tuin, lag de wereld te wachten om door ons ontdekt te worden. Door onze nieuwsgierigheid en verwondering maakten we van ons leven zelf een sprookje.
(september 2023)
