Het lijkt alsof we met zijn allen als dominosteentjes aan het vallen zijn. Tik tik. De een tikt de ander aan en ook hij valt om. De echte en totaal onderbelichte pandemie is er een van depressies en burn-out. Van verlammende angsten. Steeds meer banen we ons met zijn allen een weg door een elektrisch veld waarin de vibes van moedeloosheid, van grijsheid en wanhoop zelfs voor de grootste optimisten voelbaar zijn.
Op automatische piloot handelen we met een gevoel van urgentie en vertraging tegelijk. Want er moet zoveel. Er zijn zoveel ballen in de lucht te houden. We hollen en springen en rennen en struikelen en hijsen ons recht en hollen verder en putten ons uit.
Maar tegelijk stellen we ons meer dan ooit die ene grote vraag: Waarom?
Waar doen we het eigenlijk voor?
Ooit dachten we dat de toekomst een gigantisch grasveld was waarin we onze mijlpalen konden planten en we dan huppelden van een naar twee. Nu lijkt de toekomst een uitgestrekt moeras. Wie zijn palen neerzet, heeft geen idee of hij ze morgen nog terugvindt. De realiteit is natuurlijk dat we de toekomst ook vroeger niet zomaar naar onze hand konden zetten. Maar de illusie was er wel en onze plannen verliepen iets vaker zoals verwacht.
Ik zie ze vallen, de dominosteentjes. Overal. Een besmetting waar geen enkel mondmasker tegenop kan. Sociale besmetting.
Terwijl we onze planeet horen zuchten en happen naar lucht en we onze illusie dat oorlog iets van vroeger is in vraag moeten gaan stellen, geven we onze woorden, onze emoties, onze visie en onze wanhoop als vlooien aan elkaar door. Dit is de ergste pandemie. Het soort waarvan we het moeilijkst zullen genezen.
Tegelijk is deze depressie-pandemie het levendigste bewijs dat we allemaal aan elkaar hangen. We zijn één groot netwerk, verbonden met elkaar door wat we voelen en door wat we geloven, door de woorden die we verspreiden.
We hebben allemaal onze rol. Hoe klein we ons ook voelen, we zijn een radertje in het systeem. We hebben invloed op de andere radertjes.
Laat ons dus vooral lief zijn voor elkaar. Laat ons niet in een bolletje ineenrollen, maar vragen aan de ander of het goed met hem gaat. En als dat niet het geval is, dan lenen we wel onze rug. “Kom, leun er maar even tegenaan. Mag ik dan straks ook even tegen jou leunen? Want ook ik vind het best wel lastig.”
En dan gaan we samen verder, gesterkt in het gevoel van verbondenheid.
Niets is belangrijker dan dit. Weten dat we niet alleen zijn, dat ook anderen wankelen, maar dat we elkaar niet mogen meesleuren en dan samen gaan vallen. Dat we elkaar moeten vasthouden. Nu meer dan ooit. Vasthouden en stevig leunen op elkaar. Jij op mij. Ik op jou. Samen redden we het wel.
(januari 2022)
