Het is maar haar

Je hebt geen haar meer op je hoofd. Je haat het om geen haar meer op je hoofd te hebben. Je zegt tegen jezelf dat je een moord zou begaan om die stomme onhandelbare krullen die je elke ochtend weer in het gareel moest dwingen en die na een half uur gewoon weer hun zin deden terug op je hoofd te mogen zien staan. Je zou, als dat kon, elk van die honderdduizend haren een voor een terug in je hoofdhuid priemen met niet los te laten lijm. Je zou er twee weken over doen als dat moest. Of twee maanden. Je trekt elke ochtend alle badkamerkastjes open om jezelf niet in de spiegel te moeten zien met die lelijke kale kop die aan ziek en aan dood doet denken. Je begint meteen te huilen wanneer een oude foto opduikt waarop je helemaal jezelf was terwijl je je spiegelbeeld nu niet eens meer herkent. Je bent boos op jezelf als je denkt aan al die keren dat je je krullen beledigd hebt en ze hebt bestempeld als droog en lastig en ongewenst. Je schaamt je als je eraan denkt dat je soms liever steil haar had gehad terwijl die krullen zo’n essentieel onderdeel waren van je persoonlijkheid. Je herinnert je hoe vaak mensen je zeiden dat Eveline zonder krullen Eveline niet zou zijn, dat ze je vanop je rug meteen herkenden aan je unieke haar. Je krijgt elke dag meer jeuk van die pruik die je haat omdat ze een ander mens van je maakt en waar je het liefst nooit mee naar buiten zou moeten komen omdat ze niet is zoals je ze gewild had, omdat geen enkele pruik in de hele winkel en in alle catalogussen die de winkeljuffrouw doorbladerde ook maar een beetje leek op jouw unieke hoogstpersoonlijke haar omdat geen enkele pruikenmaker een pruik maakt waar slechts tien klanten zich in zullen herkennen omdat niemand haar heeft zoals jij dat had. Je vreest bij elke windvlaag op de fiets dat die nepharen van je hoofd zullen waaien en dat je voor joker zult staan. Je hebt een deal gesloten met de helft van je wenkbrauwen en wimpers die nog zijn blijven staan. Je hebt hen gevraagd niet uit te vallen. Je bent met hen overeengekomen dat zij, ook als geen enkel haar op je hele lijf het heeft uitgehouden, koppig zullen blijven staan, op straffe van je-hebt-geen-idee-wat, want hoe straf je nu je wenkbrauwen en wimpers?

Je weet dat het zoveel belangrijker is dat vanbinnen, in dat lijf waarin niemand naar binnen kan kijken en waarin misschien al een jaar lang een monster zich ongemerkt aan het verspreiden was, de kankercellen zich koest houden, zich terugtrekken of gewoon terug in gezonde cellen muteren. Dat het dan misschien waar is wat anderen als troost tegen je zeggen, dat je op een dag je haar terug zult hebben. Je weet dat het uiterlijke niet zoveel aandacht behoeft, dat je nu toch echt wel weet wat telt in dit broze leven, en dat die haren dus zeker geen werelddrama zijn.

Je zegt nog eens tegen jezelf dat het geen werelddrama is. Je observeert je emoties. Het voelt als een werelddrama. Je merkt dat je gevoel niet luistert naar je eigen wijze woorden. Dat je gevoel koppig is in zijn verdriet en dat het afkeer heeft van het beeld in de spiegel en van hoe het voelt als je met je handen over je hoofd strijkt. Je denkt dat je wereldje te nauw geworden is om het anders te kunnen voelen.
Je blijft proberen om het werelddrama niet als een werelddrama te zien. En overal, werkelijk overal, zie je artikels, foto’s, borden die het hebben over kapsels en over haar. Je ziet titels en teksten die het uitschreeuwen hoe belangrijk je kapsel is, hoe jouw persoonlijkheid ermee uitgedrukt wordt. Je ziet dat er zelfs tentoonstellingen worden gebouwd rond haar. Je krijgt ineens elke week mails van Bol om jou te zeggen dat de shampoo’s en hairstylingproducten in promotie zijn.

En elke keer weer gaat er een dolk door je hart, prikken je ogen en slik je snel de krop in je keel door.

Want het is maar haar. Het is gewoon haar.

Je leest dat het fenomeen een naam heeft. Dat het Baader-Meinhof fenomeen heet. Iets houdt je bezig en je ziet het ineens overal.

Je wilde dat het Baader-Meinhof fenomeen niet bestond. Je wilde dat kanker niet bestond. Dat uitgezaaide kanker al helemaal niet bestond. Dat alle angst die telkens weer de kop opsteekt niet bestond. Dat je nog steeds met de zekerheid leefde dat je honderd zou worden.

Je verlegt je focus. Gaat zitten in de tuin. Kijkt naar de hommels. Je weet dat die enge ziekte jou veel heeft geleerd, dat ze jou tot de essentie heeft gedwongen. Dat haar daar geen deel van uitmaakt. Je neemt je voor alle moed weer bijeen te rapen. De angst te verdringen. Te geloven dat alles goed komt. Dat je toch nog honderd wordt. Honderd met lange krullen. Met heel veel weerbarstig, droog, onhandelbaar en onbetaalbaar haar. Je zegt: ‘Alles komt goed.’ Je legt je vingers tegen je wenkbrauwen en spreekt een toverformule uit. Hocus pocus gezond. De enige formule die er echt toe doet.

BLOG CATEGORIEËN

RECENTE BLOGS

De krachttoer

De krachttoer

Er klinken boze stemmen op de radio. Sportievelingen hebben hun krachttoer van 100 km stappen zien...

Lees meer
De andere wereld

De andere wereld

‘En als we nu eens een aparte wereld konden creëren,’ zei hij. ‘Eentje waar alleen goede mensen...

Lees meer
Het monster

Het monster

Het was zondagochtend. De misselijkheid was ’s nachts opgekomen. Elk half uur was ik wakker...

Lees meer

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Pin It on Pinterest

© Flying Queen