Het hobbelparcours

We rijden naar huis. Het is weer chemodag.

Maandag, chemodag, woensdag. Onze wereld is er al langer eentje met een eigen taal.

Alleen werd ik deze keer zonder chemo naar huis gestuurd en is chemodag nu gewoon weer dinsdag.

Geen nieuwe dosis vandaag, werd na drie uren in de ziekenhuiskamer beslist. Het lijf moet eerst het virus overwinnen, samen met de venijnige steken die mijn lijf doorboren van borst tot schouderbladen en ver daaronder.

Ik leun achterover tegen de hoofdsteun, sluit mijn ogen. In mijn hoofd klopt een hamer. Nu en dan trekt een pijnscheut door mijn borst.

We zwijgen achter ons FFP2-mondmasker, dat mijn man maximaal beschermt, maar ons tegelijk maximaal van elkaar verwijdert.

En ik bedenk hoe het leven een hobbelparcours is, dat controle niets anders is dan een illusie.

Thuis ga ik naar bed. Ik slaap uren aan een stuk en scrol dan wat door Facebook. Lachende mensen poseren voor ruige en verbluffende landschappen. Hun huid is zongebruind, hun gelaatstrekken ontspannen. Iemand post foto’s van de streek waar ook wij naartoe zouden gaan. Ik klap mijn laptop weer dicht.

Sinds enkele dagen voel ik me teruggeworpen, achteruitgeduwd op mijn parcours dat enkele weken mooi bergop liep. Na de diepe mentale dip had ik me herpakt. Ik was de berg op geklauterd. Vanop de top had ik alles overschouwd waar ik dankbaar om kon zijn. De steun die ik van zovele mensen ontving, de zon die onze tuin elke dag gul met kleur overspoelde, de mildere nevenwerkingen. Nu en dan had ik me bijna ongemakkelijk gevoeld over zoveel gelukzaligheid. Hoe kon ik intens geluk ervaren terwijl de toekomst zich als een mijnenveld voor me uitstrekte?

Maar ik hield het optimisme vol, negeerde de dreiging en focuste op de hoop. Ik voedde haar als een plantje dat ik elke dag water moest geven.

En ineens was ik geveld. Het virus dat zich in steeds nieuwere varianten vermomt, had me ondanks alle voorzorgen te pakken gekregen. Ik had geen idee waar het dat had kunnen doen.

Ik isoleerde me van mijn eigen gezinsleden. Niemand van hen was ziek. En dat wilden we zo houden. Ik isoleerde me van mijn kern waar alles rond draaide.

De eenzaamheid in mijn kamertje voelt compleet, verpletterend, alsof iemand een laatste strohalm uit mijn handen gerukt heeft. Een corona-isolement binnen een kanker-isolement. Een vernauwde wereld die zich tot mijn ik vernauwt. Het doet fysiek pijn. Sinds april waren het mijn gezinsleden die samen met mij over het hobbelparcours liepen, die me vasthielden wanneer ik wankelde, die een kus op mond of wang drukten wanneer de tranen stroomden.

Nu zijn kussen verboden. En kan elke omhelzing er een van ongewenste overdracht zijn.

Nog enkele dagen, zeg ik tegen mezelf. Zo erg is dit ook weer niet, als ik maar vlot genees van die corona. Maar iets in mij luistert niet naar die sussende woorden.

Een vriendin stuurt een bericht. Ze vertelt hoe intens ze geniet van haar welverdiende vakantie. Hoe erg ze hoopt haar doel te bereiken van diepe ontspanning voor ze weer aan de slag moet.

Ik wil haar nog veel plezier toewensen, maar mijn vingers blijven hangen boven de toetsen.

Ik denk aan mijn eigen doelen voor de volgende week:

Genezen tegen de volgende chemo.

Zoenen met man en kinderen.

Aanraken en aangeraakt worden.

Samen eten rond de tafel.

Ik bedenk hoe ver het doel van mijn vriendin af ligt van mijn eigen doelen. Maar ook hoezeer mijn doel op dat van haar had geleken als de kanker me niet omver gekegeld had. Eén vingerknip van het universum. Meer is niet nodig om het hele landschap te hertekenen, om alle waarden, uitdagingen en doelen te herschikken.

Het leven is een hobbelparcours. We kunnen plannen en dromen en doelen stellen. We kunnen als een gek rennen naar de finish van een wedstrijd die we onszelf opgelegd hebben. We kunnen denken dat we het allemaal prachtig voor elkaar hebben gekregen, dat we meesterstrategen zijn.

En dan ineens is daar die gigantische bobbel op de weg. De botsing. Het vallen. Het weer opstaan, met een verdwaasd gezicht. Het is zoeken naar een nieuwe weg. Met nieuwe uitdagingen. En nieuwe doelen. En weten dat er altijd nieuwe hobbels zullen zijn.

BLOG CATEGORIEËN

RECENTE BLOGS

De gremlins

De gremlins

De laatste bloedtransfusie had mijn lijf nog één chemo verder gesleurd. Toen lukte ook de truc met...

Lees meer

2 Reacties

  1. Luc vandorpe

    Wat ben je geweldig in het verwoorden van gevoelens. Weet, Eveline, dat ik je moed bewonder en honderd procent met je mee leef. jaren geleden kreeg die gigantische bobbel mij niet klein. Vriendin Fanny, je kent vast nog slachtoffers die er vandaag weer stralend bij lopen. Trek je daaraan op, hou moed en vecht. Het moet ook jou lukken.
    Een stevige groet van Luc vandorpe

    Antwoord
    • Eveline

      Dank je wel, Luc.

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

© Flying Queen